Het enige dat je hier mee opschiet zijn kilo’s

Op mijn 20-ste deed ik vakantiewerk in een koel- en vrieshuis. In het magazijn stond een digitale weegbrug, waar ik dagelijks overheen wandelde. Tussen de 64 en 66 kilo gaf ie aan. Niet bepaald passend bij mijn 1.83 meter. Als fanatiek praktiserend hypochonder leek me dat geenszins in de haak. Ik had wel eens gelezen dat als je kanker onder de leden hebt, je heel veel kunt afvallen. Tot mijn 35-ste bleef ik broodmager. Daar hoefde ik weinig mijn best voor te doen. Sterker nog, ik at veel en lang niet altijd gezond, snaaide dat het een aard had en dat had 0 effect op mijn gewicht.

Plots was dat klaar. Langzaam maar zeker vormden zich zompige zwembandjes rondom de buikstreek. Een paar jaar later gevolgd door pronte manboobs. Dapper bleef ik mij door de zakken winegums heen werken. Bij tijd en wijle afgewisseld met een paar dagen dapper vasten, maar nooit langer dan een dag of 10. Als ik nu een zak apekoppen (van de Aldi zijn ze het lekkerst) zie liggen, denk ik mijn nieuwe mantra: ‘het enige dat je hiermee opschiet, zijn kilo’s.’