Snaaikoning (83,6 kilo)

De snaaikoning van Tatabanja. Niet één, maar 11 minimarsjes achter elkaar. Apekoppen per vier tegelijk in de bakkes (negen kan ook, probeer het maar eens). Snaaien zit bij ons in de familie. Mijn oma was er een kei in. Met name gebak, chocolade en Zeeuwse borstbollen. “Ik rook niet en ik drink niet”, zei ze altijd, terwijl ze nog eens goed innam. Ook mijn moeder kan er wat van.

Mijn snaaizucht start over het algemeen direct na het eten. “Een zoet mondje na” – ook een oneliner van mijn oma zaliger – betekent in de praktijk dat nog voor de afwas goed en wel is begonnen, de eerste winegums soldaat zijn gemaakt. Vandaag is dat anders. Na een zuinig bordje met spinazie en noedels gaat er niets meer naar binnen tot de volgende dag. Dat zou normaal gesproken een strijd zijn, maar nu valt dat mee. Zo nu en dan een gedachte.