Ben jij een gespreksnarcist? Geen zorgen, de meeste mensen zijn het (en biologie is je alibi!)

Auteur: Tom Schooltink

Leestijd: 3 minuten

 

Een goed gesprek bestaat vooral uit luisteren en goede vragen stellen. Weten we. Maar biologie zit ons daarbij behoorlijk in de weg. Over jezelf praten – zelfs als er niemand luistert – zet processen in je brein in werking die vergelijkbaar zijn met stimuli als seks en cocaïne. Dus als je gisteren weer eens een hele avond over jezelf hebt zitten praten… bon voyage schuldgevoel!

John: “Ik raak zo ontheemd van die Teams-meetings”. Anne: “Dat heb ik nou ook! Erg hé! Zoals gisteren, ik had de ene meeting na de andere en er was eigenlijk geen tijd om te lunchen en op een gegeven moment (…).” Zo speelt de gemiddelde dialoog tussen collega’s zich vaak af. De een begint, de ander neemt het gesprek vol overtuiging over. Terwijl Anne nooit zal weten wat John eigenlijk met ontheemd bedoelt. En John niet bepaald herboren uit zijn chit-chat met Anne komt.

Goede gesprekken voeren, we doen het steeds minder. En daar zijn verschillende verklaringen voor, denkt Elke Wiss, auteur van het veelgelezen en -geprezen boek ‘Socrates op sneakers’. Kortgeleden doken we met ons team een middagje in het werk van Wiss om erachter te komen wat de kunst is van een goed gesprek en hoe je eigenlijk goede vragen stelt. Confronterend en zeer verhelderend. We kunnen onszelf dan vrij aardige adviseurs vinden, goed luisteren en met vragen tot de kern komen, daar hebben we nog veel te leren.

Wiss begint haar boek met de verklaring waarom we eigenlijk zo slecht zijn in het stellen van goede vragen. Naast factoren als tijd (nemen we niet) en vrees (we zijn bang dat onze vragen impertinent zijn) staat biologie op nummer 1. “Over jezelf praten is veel lekkerder dan vragen stellen”, stelt Wiss[1].

“Praten is niet zo’n probleem. Maar zwijgen en je oren gebruiken, dat is een ander verhaal.”

Praten we dan inderdaad zo veel over onszelf? Ja, zeggen de experts. “Doorlopend”, zegt Noëlle Aarts, hoogleraar socio-ecological interactions aan de Radboud Universiteit. “Ik heb nogal wat dialoogtrainingen gegeven, en dan blijkt telkens weer dat praten niet zo’n probleem is. Maar zwijgen en je oren gebruiken… Dat was een ander verhaal. Mensen zijn echt in staat om in een split second het gesprek om te draaien naar zichzelf”[2].

Gespreksnarcisme, noemt de Amerikaanse journalist Kate Murphy dat[3]. Murphy publiceerde vorig jaar het boek ‘Je luistert niet’, waarin ze analyseert waarom luisteren zo moeilijk is en tips geeft voor hoe we het weer kunnen aanleren. De Amerikaanse psycholoog en onderzoeker Adrian Ward schrijft: “Als jij bent zoals de meeste mensen, zijn jouw eigen gedachten en ervaringen je favoriete gesprekonderwerp[4]”.

Herkenbaar? Mooi. Schuldgevoel? Niet nodig. Want onderzoekers van Harvard kwamen erachter dat ons gedrag eenvoudig te verklaren is. Ze onderzochten met behulp van functional magnetic resonance imaging (fMRI) welke verschillen in activiteit er in de hersengebieden zijn, wanneer mensen over hun eigen overtuigingen en bevindingen praten versus over die van anderen.

Het onderzoek werd gedaan onder 195 deelnemers. Niet verwonderlijk was er activiteit te zien in de mediale prefontale cortex. Dat is het deel van je hersenen dat je emoties een beetje in goede banen probeert te leiden. Daarnaast zagen de onderzoekers volop activiteit in het mesolimbiosche dopaminecircuit. Dit circuit heeft vooral een functie bij de regulering van emotioneel gedrag, in het bijzonder gedrag dat bepaald wordt door het beloningssysteem. Deze hersengebieden zijn gelinkt aan “plezierige gevoelens en een motiverende staat van zijn, die ook wordt bereikt door stimuli als seks, cocaïne en goede voeding.”[5]

Geen wonder dus dat je het onderwerp van je gesprekken al snel op jezelf probeert te brengen. Toch is het de moeite waard je hang naar shots cerebrale ‘kicks voor niks’ eens wat te dempen en jezelf te trainen in het stellen van goede vragen.

Wiss geeft er in haar boek hele bruikbare tips en adviezen voor. Gesprekstechnieken en randvoorwaarden kun je leren, maar het begint bij een socratische houding: denk nu eens niet dat je alles al weet en vul ook niet meteen van alles in, maar beschouw jezelf eens als een absolute oen op elk gebied. Open, eerlijk en nieuwsgierig. Grote kans dat ieder gesprek je een hoop nieuwe informatie oplevert. En zoals Wiss het stelt: “Het is veel leuker om je in andermans gedachten te verdiepen, want die van jezelf ken je al.”

 

[1] Socrates op Sneakers, Elke Wiss 2020 p. 35

[2] ‘We hebben het in een gesprek ‘t liefst over onszelf: ‘En dat is zonde’’, RTL Nieuws, 18 mei 2020

[3] ‘Luister dan!’ Gijs Beukers in De Volkskrant, 13 mei 2020

[4] ‘The Neuroscience of Everybody’s Favorite Topic, Adrian Ward, 16 juli 2013, Scientific American

[5] The Neuroscience of Everybody’s Favorite Topic, Adrian Ward, 16 juli 2013, Scientific American