De retorica en frames van de afgelopen verkiezingen

Auteur: Niek Vergeer

In aanloop naar de afgelopen verkiezingen verdiepte ik me in de retorica. Welke ‘frames’ worden toegepast en hoe proberen politici je  te overtuigen van hun gelijk? Ik kwam er teleurgesteld uit. Voor mij lijkt luisteren namelijk cruciaal om tot een goed debat te komen. Geframed werd er veel, maar geluisterd werd er weinig.

 

Framing

‘Je ziet het pas als je het door hebt’, zei Johan Cruijff ooit. Elke politicus kiest een bepaald ‘frame’ om het debat in te gaan. Hij of zij gebruikt strategisch bepaalde woorden, zodat je de wereld volgens zijn of haar perspectief gaat zien.

Een frame is effectief als het blijft hangen, zei dr. Kobie van Krieken (assistant professor Radboud Universiteit) in een reeks webinars die ik voor de verkiezingen volgde. Een goed frame zorgt ervoor dat we eens zijn met de spreker, en beter nog, dat de ‘tegenstander’ in het debat ook in dat frame stapt. Oftewel, dezelfde woorden gaat gebruiken, en daarmee onbewust dezelfde denkwijze activeert.

 

“Klimaatterreur”

Een mooi voorbeeld van verschillende frames zie je volgens van Krieken terug tijdens het Radio 1-debat rond het thema ‘klimaat’.  Segers (CU) vertrok vanuit het jongerenframe: het is hun toekomst, mijn dochters en hun kinderen, we moeten nu echt onze verantwoordelijkheid nemen.

Kaag (D66) gebruikte het frame ‘nu of nooit’: we staan op een kruispunt en de klimaatcrisis wordt alleen maar groter. Ze gebruikte corona als referentie: “en daar is geen vaccin voor”. Wilders (PVV) pakte een heel ander frame, die van zogenoemde ‘klimaatterreur’, met een overheid die gaat bepalen wat we wel of niet mogen eten, welke auto we moeten rijden en de gewone man die de prijs gaat betalen. Strategisch gekozen woorden om je in hun denkrichting te trekken.

 

Luisteren

Opvallend is dat alle politici steeds terugvielen op hun eigen frame. Er werd nauwelijks écht naar elkaar geluisterd, of zelfs maar geprobeerd om elkaar te overtuigen en het frame van de ander te erkennen.  Zo ontstaat er, voor mijn gevoel, nooit een echt debat. Want daarvoor moet je op elkaar reageren, luisteren en op elkaar inspelen. Nu zien we slechts korte monologen na elkaar.

 

Jury

De verklaring ligt voor de hand. De debaters zijn goed bereid, ze hebben hun eigen verhaal goed in hun hoofd zitten. En daar houden ze vast. Niemand wil in het frame van de ander stappen, de woorden van je tegenstander overnemen en daarmee hele andere associaties of zienswijzen oproepen. Het is veiliger om je eigen verhaal af te draaien.

De politici en hun woordvoerders zullen dit niet zo erg vinden. Het doel is immers niet om de ander te overtuigen in het debat, maar juist de kijker thuis. Of wellicht de media, die na afloop een winnaar en een verliezer uitroept. Dat is de jury waar de sprekers zich op richten.

 

Risico

Maar er zit wel een risico in. Want al die goed voorbereide teksten voelen soms nogal ‘vooraf uitgeschreven’ aan. Als je niet luistert en inspeelt op de ander, maar alleen je eigen frames uitspreekt, hoe authentiek (en dus geloofwaardig) kom je dan over?

 

Het kan wel

Vergelijk dat eens met Diederik Gommers, die enorme populariteit verwierf toen hij besloot te luisteren naar Famke Louise. Toen zij kritiek had op het coronabeleid, stond hij open voor haar verhaal en probeerde hij haar oprecht te begrijpen. Gommers kwam wél authentiek over en maakte een enorme impact. Gewoon door te luisteren. Veel effectiever dan ingestudeerde oneliners. Zou beter luisteren kunnen zorgen voor een beter debat?

 

Benieuwd naar andere breininzichten?